KIES EEN PAAR HOOFDPERSONEN

Elk verhaal begint met wie erin meespelen. Een paar houten dieren, een setje peg dolls of een klein voertuig is al genoeg om een wereld tot leven te wekken. Hoe eenvoudiger de figuren, hoe makkelijker je kind er zelf een naam en een verhaal aan geeft.

MAAK EEN LANDSCHAP

Daarna is er een plek nodig om te wonen. Een speeldoek wordt een rivier of een weiland, een paar houten bomen groeien uit tot een bos en blokken stapelen zich op tot een berg. Voeg een regenboog toe en er ontstaat vanzelf een brug, een poort, of iets waar nog niemand een naam voor heeft.

VOEG LOSSE DETAILS TOE

De kleinste onderdelen maken vaak het grootste verschil. Losse onderdelen, een paddenstoel, een steen of iets wat nog rondslingert van een eerdere seizoenstafel geven een wereld net dat beetje extra. Ze worden eten, een schat, een obstakel, of iets waarvan alleen jouw kind de betekenis kent.

VERBIND HET MET EEN BOEK

Soms is een verhaal de beste start. Na het voorlezen van De leeuw in de muis verschijnen er ineens een leeuw en een muisje op tafel, en wonen ze er misschien inmiddels samen. Na Heb jij misschien Dinosaurus gezien? gaat de zoektocht op de speelmat gewoon door. Ook een herfstboek of een ander verhaal dat bij het seizoen past, kan zo de aanzet zijn tot een heel nieuwe wereld.